De
argwaan tegen de politieke bedoelingen van de
Sovjet-Unie en angst voor het Rode Leger was in de
naoorlogse jaren in West Europa groot. De nodige
schermutselingen op politiek terrein maakten dat er
weliswaar geen oorlog was, maar er was ook geen
vrede: de zogenaamde Koude Oorlog.
Voor de westelijke geallieerden was dit aanleiding tot het sluiten van het Noord Atlantisch Pact. Volgens artikel vijf van het Pact zou een aanval op één der lidstaten worden beschouwd als een aanval op hen allen. Nog geen half jaar later werd als uitvloeisel van dit Pact de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) opgericht.
Voor de westelijke geallieerden was dit aanleiding tot het sluiten van het Noord Atlantisch Pact. Volgens artikel vijf van het Pact zou een aanval op één der lidstaten worden beschouwd als een aanval op hen allen. Nog geen half jaar later werd als uitvloeisel van dit Pact de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) opgericht.
In
NAVO verband werd van elk der lidstaten verwacht
een redelijke defensie-inspanning te leveren.
Nederland verkeerde in de fase van de naoorlogse
wederopbouw en was daartoe nauwelijks in staat. Om
toch een onverwachte Russische opmars een halt toe
te roepen of in ieder geval te vertragen, werd een
beproefd recept uit de kast gehaald: een
waterlinie. Tussen Nijmegen en Kampen verrees de
IJssellinie, een 120 kilometer lang en maximaal 10
kilometer breed obstakel in de vorm van onderwater
gezet land (inundatie).
Het
idee werd door de toenmalige kapitein J.C.E. Haex (1911 -
2002) uitgewerkt.
De bedoeling was een Russische opmars te
vertragen en tijd te winnen. Vanuit
Groot-Brittanië zouden dan vervolgens
manschappen en materiaal worden
aangevoerd.